

Vitrine 4: Jakobsstaf (cross staff)

De Jakobsstaf, ook wel cross staff genoemd, is een verdere ontwikkeling van de Arabische Kamal. Het instrument werd gebruikt om de hoogte van hemellichamen boven de horizon te meten en zo de breedteligging te bepalen. Hoe verder men naar het noorden voer, hoe hoger de Poolster aan de hemel stond. Daarom gebruikte men een langere staf met een verschuifbare dwarslat, waarmee men de zogenaamde poolshoogte kon meten, of “een zonnetje kon schieten”.
Bij het meten van de zon moest de zeevaarder tegelijk naar de horizon en naar de zon kijken, wat het instrument gevaarlijk maakte voor de ogen. Dit verklaart waarom zeevaarders en zeerovers in afbeeldingen vaak met een ooglapje worden voorgesteld: het diende om één oog te beschermen en te laten wennen aan het felle zonlicht.
De Leuvense geleerde Gemma Frisius experimenteerde met de Jakobsstaf om zelfs de lengteligging te bepalen, door de positie van de maan te meten. Deze methode bleek in de praktijk echter bijzonder moeilijk en onnauwkeurig.
Verbeteringen aan de Jakobsstaf werden aangebracht door onder meer de Nederlandse astronoom Metius en later de Antwerpse ingenieur Michiel Coignet. Zij ontwikkelden uitvoeringen met meerdere dwarslatten, waardoor metingen nauwkeuriger konden worden uitgevoerd. Nederlandse zeevaarders voegden zelfs een extra plaatje toe, zodat de Jakobsstaf met de rug naar de zon kon worden gebruikt, wat het risico op oogschade aanzienlijk verminderde.
4.1
Jakobsstaf, 1739
Maker:
Johannes Van Keulen, Amsterdam
Collection:
NavigArte
Amsterdam (NL). Deze staf, vervaardigd in Amsterdam werd oorspronkelijk voorzien van 4 dwarslatten. Hier werd 1 replica van een dwarslat gemonteerd. Gesigneerd en gedateerd ***JvK*** en ***1739***. Om de declinatie van een hemellichaam te meten, houdt men de gegradueerde stok voor zich uit, en schuift men vervolgens de dwarslat over de schaal totdat de bovenste tip van de dwarslat raakt aan het hemellichaam, en de onderste tip aan de horizon.

4.2
Petri Apiani Cosmographia, per Gemmam Phrysius, gedrukt door Arnoldus Birckman in Antwerpen,1540
Maker:
Petrus Apianus en Gemma Frisius, Leuven
Collection:
NavigArte
De Cosmographia was een succesvol vulgariserend werk over astronomie, geografie, cartografie, landmeetkunde, navigatie en wetenschappelijke instrumenten.
In 1530 maakte Frisius al in zijn werk 'De principiis astronomiae et cosmographiae' gewag van het gebruik van ‘een draagbaar uurwerk’ voor de bepaling van de lengtegraad op zee. Met andere woorden: het principe van de scheepschronometer was niet onbekend in de 16de eeuw. Deze afbeelding uit de Cosmographia schetst perfect de hoekmeting met een eenvoudige Jakobsstaf tussen de maan en een ster die dan weer in de maansafstanden-methode wordt gebruikt.

4.3
Astronomische ende geographische onderwysinghe, 1632
Maker:
Adrianus Metius, Franeker
Collection:
NavigArte
Zeldzame editie met 5 delen in één band. De Nederlander Adrianus Metius (1571-1635) was professor in wiskunde, navigatie, astronomie en landmeetkunde aan de universiteit van Franeker nadat hij werkte bij Tycho Brahe. Illustratie van het gebruik van een Jakobsstaf met twee vleugels.

4.4
Nieuwe onderwijsinge op de principaelste puncten der Zeevaert, 1ste Ned. editie 1580,
Maker:
Michiel Coignet, Antwerpen
Collection:
NavigArte
De oorspronkelijke eerste Spaanse editie van dit boek dateert uit 1545. Het is het eerste en meteen ook één van de belangrijkste werken over navigeren op zee. Het boek werd meermaals vertaald, zelfs door de Antwerpenaar Coignet naar het Nederlands.
In zijn aanvulling, ‘Nieuwe onderwijsinge’, beschrijft hij o.a. zijn vernieuwde Jakobsstaf met drie vleugels.

4.6
Replica van de Jakobsstaf gemaakt door Gerrit Hasebroek in 1765 van het Fries-museum) 2008
Maker:
Cor Emke, Nederland
Collection:
NavigArte
Op deze facsimile of replica zie je naast de drie vleugels ook een vierde vleugel met wit ‘ beentje’ om de Jakobsstaf te gebruiken als een Backstaff, met de rug naar de zon.














